Wet Afgeschermde getuigen

Afgeschermde getuigen algemeen

De Wet afgeschermde getuigen heeft er voor gezorgd dat er meer mogelijkheden zijn om bij het horen van getuigen rekening te houden met het belang van de staatsveiligheid. Dit komt van pas wanneer AIVD medewerkers moeten worden gehoord voor een rechtszaak. Er is daarom een afgeschermd getuigenverhoor door de rechter-commissaris ingevoerd. De zittingsrechter kan de rechter-commissaris opdragen om de betrouwbaarheid van een ambtsbericht te onderzoeken. De rechter-commissaris kan zo een AIVD-medewerker als afgeschermde getuige horen. De artikelen omtrent de afgeschermde getuige zijn te vinden onder de vierde afdeling E, Afgeschermde getuigen in het Wetboek van Strafvordering (artikel 226m - 226s). De rechter-commissaris van de rechtbank te Rotterdam is bij uitsluiting bevoegd om afgeschermde getuigen te horen.

Afgeschermde getuigen – de regeling

Art. 344a lid 1 Sv bepaalt dat de rechter een veroordeling niet uitsluitend of in beslissende mate op een anonieme getuigenverklaring kan baseren. Het tweede lid stelt een aantal eisen aan bewijsmateriaal dat is verkregen door het horen van een bedreigde of een afgeschermde getuige waarvan de identiteit verborgen is gehouden. Het kan alleen meewerken bij een veroordeling indien de getuige een bedreigde getuige of een afgeschermde getuige is en deze door de rechter-commissaris in die hoedanigheid is gehoord. Tevens moet het ten laste gelegde feit een misdrijf uit art. 67 eerste lid Sv zijn, dat gezien zijn aard, het georganiseerde verband waarin het is begaan, of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert (art 344a lid 2 sub a Sv). De wet stelt dus tamelijk strenge eisen aan bewijsmateriaal verkregen door een afgeschermde getuige.

Rechter-commissaris afgeschermd getuigenverhoor

Art. 226m lid 1 Sv bepaalt dat de rechter-commissaris ambtshalve, maar ook op verzoek van de officier van justitie, de verdachte of de getuige, kan bepalen dat een getuige als afgeschermde getuige wordt gehoord. Dit kan in verband met de staatsveiligheid. Onder staatsveiligheid vallen volgens de memorie van toelichting van de wet bijvoorbeeld 'het bestrijden van internationaal terrorisme, bepaalde ernstige verstoringen van de openbare orde met als doel politieke instabiliteit te veroorzaken en in ons land verrichte activiteiten, gericht op gewelddadige omverwerping van buitenlandse regimes.' (Kamerstukken II, 2003-2004, 29743, nr. 3, p. 3). Volgens art. 226n lid 1 Sv kan in verband met de staatsveiligheid of een zwaarwegend belang voor de getuige of een ander ook de identiteit van de getuige verborgen worden gehouden. Volgens de regering is er een zwaarwegend belang indien de getuige zelf gevaar loopt als zijn identiteit wordt onthuld (Kamerstukken II, 2003-2004, 29743, nr. 3, p. 18). Het lijkt er verder op dat een zwaarwegend belang ook kan bestaan indien anderen gevaar lopen, gezien de zinsnede 'of een ander' van art. 226n lid 1. De rechter-commissaris stelt zichzelf voorafgaand aan het verhoor wel op de hoogte van de identiteit van de getuige. Vaak gaat het achterhouden van de identiteit samen met een bevel van art. 226m Sv. Als de identiteit van de getuige wordt achtergehouden dan kan worden bepaald dat de verdachte of diens raadman niet bij het getuige verhoor aanwezig mag zijn. In dat geval mag ook de officier van justitie niet aanwezig zijn. De partijen die niet aanwezig mogen zijn krijgen wel de mogelijkheid om via telecommunicatie vragen te stellen, indien dat voor de geheimhouding van de identiteit geen probleem vormt. Anders kunnen de vragen schriftelijk worden ingediend.

Rechter-commissaris verstrekt proces-verbaal afgeschermd getuigenverhoor

De rechter-commissaris verstrekt volgens art. 226p lid 3 Sv het proces-verbaal aan de officier van justitie en de verdachte en zijn raadsman. Voordat hij dit doet moet hij eerst ingevolge lid 2 van het eerder genoemde artikel controleren of er geen verklaringen in het proces-verbaal staan die strijdig zijn met de staatsveiligheid of gevaarlijk kunnen zijn voor de getuige. Het is uiteindelijk echter de  getuige die met het proces-verbaal moet instemmen. Instemming kan alleen in verband met de staatsveiligheid worden onthouden. Het belang van staatsveiligheid kan uiteindelijk voorgaan boven het belang van waarheidsvinding. De gedachte achter instemming door de getuige is volgens de memorie van toelichting dat alleen de AIVD kan bepalen of openbaar maken van informatie in het proces-verbaal van verhoor schadelijk kan zijn voor de staatsveiligheid. Daarom is het de afgeschermde getuige die het laatste woord heeft over het gebruik van het proces-verbaal dat van het verhoor is opgemaakt. Ingevolge art. 226o kan hij hierbij worden bijgestaan door zijn directe chef indien de rechter-commissaris deze chef 'bijzondere toegang' verleent (Kamerstukken II, 2003-2004, 29743, nr. 3, p. 19). Als de getuige geen instemming geeft dan worden het proces-verbaal en alle gegevens die ermee samenhangen vernietigd. De rechter-commissaris moet ook de betrouwbaarheid van de in het proces-verbaal opgenomen getuigenverklaring onderzoeken. Hij geeft hierover rekenschap in het proces-verbaal. Volgens de memorie van toelichting moet de rechter-commissaris hierbij noemen of zijn oordeel in positieve of negatieve zin is gebaseerd op gegevens die in het belang van staatsveiligheid niet zijn opgenomen. Hier speelt ook de vraag of hetgeen dat in het proces-verbaal is neergelegd nog wel representatief is voor wat er daadwerkelijk is gezegd. De rechter-commissaris moet ook melding maken als hij over objectieve aanwijzingen beschikt dat de afgelegde verklaring onjuist is.