Waterwoningen geen huurbescherming

Waterwoningen waren onroerend

Naast woonschepen bestaan sinds enige tijd ook waterwoningen. Dit zijn drijvende en amfibische woningen die met het waterpeil meebewegen. Deze moesten tot de uitspraak van de Hoge Raad van 15 januari 2010 (HR 15 januari 2010, LJN BK9136) volgens de minister de bedoeling hebben om duurzaam ter plaatse te blijven, er moest een bestemmingsplan zijn waarin de waterwoningen pasten en de waterwoningen moesten voldoen aan de bouwtechnische eisen van het Bouwbesluit. Indien dat het geval was, waren de waterwoningen onroerende goederen. De uitspraak van de Hoge Raad heeft hier verandering in gebracht. De Hoge Raad stelt dat sprake is van een schip en dus een roerende zaak als een constructie bestemd is om te drijven en drijft. Als sprake is van een bepaalde bevestiging van de constructie met de oever kan hier wat aan worden gedaan, maar het is onduidelijk wanneer dat is.

Gevolgen uitspraak voor waterwoningen

De uitspraak van de Hoge Raad heeft grote gevolgen voor waterwoningen. Het feit dat de Hoge Raad stelt dat bij een zaak die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft sprake is van een schip in de zin van art. 8:1 BW zou aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor huurders (en eigenaren) van waterwoningen. De drijvende en amfibische waterwoningen bewegen namelijk mee met het waterpijl en zijn daarom volgens de uitspraak van de Hoge Raad schepen en dus roerend. Aan de tweede eis van het arrest van de verbinding met de oever zal waarschijnlijk ook niet zijn voldaan. Dit betekent dat de woningen roerende zaken zijn en dat huurders van de waterwoningen, net zoals de huurders van woonboten geen huurbescherming e.d. kunnen ontvangen. Een bijkomend voordeel is wel dat bewoners van de waterwoningen dus geen OZB belasting moeten betalen, dat trouwens ook voor bewoners van woonschepen geldt.

Geen huurbescherming en probleem hypotheek waterwoningen

Door de uitspraak van de Hoge Raad is dus de huurbescherming voor huurders van waterwoningen komen te vervallen, nu het om roerende zaken gaat, en dat zorgt voor een uiterst ongewenste situatie. Tevens zijn aan kopers van waterwoningen hypotheken verstrekt met het idee dat het om onroerende woningen ging. Nu het gaat om roerende zaken is dit problematisch, omdat partijen van een omstandigheid uitgingen die dus nu veranderd is. Hoe moet men nu verder gaan? Moeten de hypotheken nu worden omgezet in speciale scheepshypotheken (waarvoor specifieke eisen gelden, waaraan de waterwoningen niet zomaar zullen voldoen) of moeten de hypotheken worden ongezet in pandrechten? Is het ├╝berhaupt wel mogelijk om de hypotheken om te zetten in een andere rechtsvorm?

Waterwoning en huurcommissie

Doordat waterwoningen blijkbaar roerend zijn zullen huurders van deze woningen niet naar de huurcommissie kunnen gaan, wat nadelig is voor de huurders, omdat het mogelijk zou kunnen zijn dat ze te veel geld betalen voor hun 'woning'.

Het is aan te raden om als je een waterwoning wil gaan huren om de voor en nadelen tegenover elkaar af te wegen: wil je het risico lopen om geen aanspraak op huurbescherming te kunnen maken en ook geen profijt van de huurcommissie te hebben?

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om spam inzendingen te vermijden.